En daar zijn we blij mee. Want met vijf partners vanuit verschillende invalshoeken tot een goed plan komen dat voor alle betrokkenen volledig kloppend voelt en is, dat is een klus. “Maar het loopt goed,” zegt Julien Vermeer van Ignite-Group, het subsidie-adviesbureau dat ons ondersteunt bij de aanvraag.
In juni 2020 is er voor KEI subsidie aangevraagd via het RIF om haar oorspronkelijke drie deelprojecten mee op te kunnen starten. Dit project heeft vier jaar gelopen van september 2020 tot september 2024. Nu dienen we een ‘opschaal-aanvraag’ in, waarbij we twee nieuwe partners betrekken (Bindkracht10 en Baby & Child Research Center) en we drie nieuwe deelprojecten opstarten.
Met de opschaling van het Innovatienetwerk en onze nieuwe plannen willen we onze sector in de regio nog verder verbeteren. Kenmerkend aan de opschaal-aanvraag, is dat we de verbinding zoeken tussen het pedagogisch én sociaal werk (interprofessionele samenwerking).
Dit hangt samen met een ander centraal thema in de opschaal-aanvraag, namelijk vroegsignalering: we zetten in op nauwere samenwerking tussen (toekomstig) professionals in het sociaal en pedagogisch werk. Op die manier kan eventuele gedrags- of ontwikkelproblematiek bij jonge kinderen tijdiger gesignaleerd worden.
Maandelijks komen we daarom bij elkaar met onze partners voor schrijfsessies, zodat we medio juni een nieuw plan kunnen indienen bij DUS-I en een opschaal-aanvraag kunnen doen. Met de stuurgroep kijken we naar het proces van deze aanvraag.
Julien Vermeer houdt vanuit zijn rol zicht op de kaders die worden gesteld vanuit de subsidie-regeling. “Het is een proces om het verhaal met alle partners zo goed mogelijk op papier te krijgen. Wat willen we met elkaar doen de komende 5 jaar? Welke concrete activeiten willen we en welke doelen stellen we? Dat haal ik op bij de partners, samen met mijn collega.”
Na de zomervakantie is het aanvraagproces opgestart. Steeds kort achter elkaar zijn er schrijfsessies gepland waarbij van alle partners elke keer 1 of 2 mensen meedoen. Concreet werken we tijdens deze sessies aan een activiteitenplan voor de komende 5 jaar met centrale thema’s, zoals vroegsignalering en interprofessioneel samenwerken.
“Elke partner bekijkt het vanuit zijn eigen blik,” zegt Julien. “KION Kinderopvang en Bindkracht10 staan echt in het werkveld. Zij kijken naar waar zij in de beroepspraktijk tegenaan lopen. Het Baby & Child Research Center van de Radboud Universiteit is belangrijk, omdat zij de nodige wetenschappelijke inzichten rond kindontwikkeling goed in beeld hebben. Daarmee leveren zij input over ontwikkelingen die mogelijk op de langere termijn op het sociaal-pedagogisch werk afkomen.”
“En dan zijn er de partners in het onderwijs en praktijkgericht onderzoek, ROC Nijmegen en HAN University of Applied Sciences. Iedere partner geeft weer andere inzichten, zeker ook bij het samenstellen van de activiteitenplanning.”
Een voorbeeld is dat bij de opschaal-aanvraag onderzoekend vermogen als verplicht thema moet worden opgenomen. “De werkveldpartners willen graag zien dat er met praktische vraagstukken wordt gewerkt,” zegt Julien. “Als het gaat om onderzoekend vermogen heb je ook te maken met een fundamentele vraag, vooral in het mbo: wat versta je onder onderzoek en welke methodes kun je daarvoor gebruiken? En die expertise hebben de HAN en de Radboud weer in huis. Een goede wisselwerking. De activiteiten moeten dus evenwichtig worden ingericht. Dat maakt de aanvraag alleen maar sterker.”
Naast de subsidie-aanvraag moet ook de bijbehorende begroting worden opgesteld. Ook moet er tegelijkertijd een samenwerkingsovereenkomst tussen de partners worden gesloten. Julien: “Doordat we tijdig zijn gestart, moet de deadline van 30 juni 2026 goed haalbaar zijn. Het werkt heel goed met zo’n schrijfteam. Alle partners zijn bij de inhoud betrokken. Daarnaast hebben we ook het stuurgroepoverleg waarbij we alle punten doornemen.”
In oktober krijgen we te horen of onze aanvraag gehonoreerd wordt of niet. “Dat is afwachten en de honorering is van meerdere factoren afhankelijk die je niet altijd in de hand hebt. Bijvoorbeeld of er veel concurrentie is voor de aanvraag.” Maar volgens Julien hebben we wel een grote plus. De samenwerking met de hele onderwijsketen (mbo-hbo-wo) en het sociaal-pedagogisch werkveld is onderscheidend in dit project. Praktijk, onderzoek en onderwijs komen samen.
“In principe is de RIF-regeling bedoeld voor mbo, maar de beoordelaars zullen er vast en zeker van gecharmeerd zijn dat we ook het hbo en het wo erbij kunnen betrekken, alsmede werkveldpartners vanuit zowel het sociaal als het pedagogisch werk,” zegt de subsidie-adviseur. “Mbo als een volwaardige partner in (praktijk-)onderzoek doen, dat is ook een landelijke doelstelling waar we op aansluiten.”